
Om 6:20 loop ik het station van Meppel op. Ik herken een aantal gezichten die ik vaker zie. We kennen elkaar, maar ook weer niet echt. Ik loop naar een plek waar wat minder mensen staan te wachten. We merken dat de trein eraan komt. Ik loop recht vooruit, klaar om in te stappen. Maar dan gebeurt het: de hele groep wachtenden komt in beweging en loopt in een soort trance met de trein mee, alsof ze moeten rennen om hem te halen. Ik sta in de weg, en de mensen bewegen zich om me heen. Vol verbazing kijk ik naar het fenomeen.
De trein remt af en doordat ik blijf staan, overzie ik de situatie. Ik kan daardoor goed inschatten waar de deuren zullen stoppen, waardoor ik in de meeste gevallen als eerste bij een deur sta. De groep die met de trein mee rent, kijkt ondertussen verward om zich heen, onzeker of ze harder moeten rennen of juist moeten omkeren om bij de deur te komen.
Is het leven niet vaak hetzelfde? Als er een “trein” aankomt, denken we dat we moeten rennen om deze te halen. Je wilt de kans niet missen: die bonus, die baan, die goedkope reis, dat voordeeltje, die leuke partner, dat mooie weer… Alsof er nooit een nieuwe kans voorbij zal komen. We rennen en jagen tot we oud en moe zijn geworden.
Misschien moeten we eens uit de sleur stappen. Blijf eens staan, doe eens niets, kijk eens naar de treinen die voorbijkomen, en sta stil bij je leven. Bedenk eens in welke “trein” je echt zou willen stappen, en bij welke “deur” je zou willen staan. Dan zul je zien dat die trein vanzelf voor je neus stopt.