Skip to content

Lamu, Lamu .. paradijselijk of niet?

Tijdens een gezellige avond met vrienden hebben we het over Afrika, en al pratende vertelt een vriendin over het paradijselijke eiland Lamu. Er rinkelt een belletje. Lamu… Lamu… “Is dat niet dat eiland ten noorden van Kenia?” vraag ik. Ja, zegt ze, “het is prachtig; de tijd lijkt daar stil te hebben gestaan. Het is een ongerepte oase van rust.” Oh .. zeg ik, nog twijfelend, volgens mij ben ik daar ook geweest. Ze kijkt me verbaasd aan, omdat dit eiland nog steeds erg onontdekt is. Ze vertelt over de prachtige stranden, bijzondere mensen, tripjes met vissersboten naar verlaten stranden, enzovoort. Dan weet ik het zeker en vertel haar dat ik er 30 jaar geleden ben geweest. Na een zware reis door Kenia en Tanzania zouden we op advies van het reisbureau daar nog een kleine week gaan relaxen.

We voeren destijds in een oude, overvolle boot, als sardientjes ingepakt, naar het eiland. Daarna volgde een verplichte, maar ongewenste tour van onze gids, die ons overal voor wilde laten betalen voordat hij ons naar het hotel zou brengen. Alle mannen liepen in witte kleden en de vrouwen waren volledig bedekt, wat ‘unheimisch’ voelde. Het hotel bestond uit twee kamers in een huis dat volledig open was; er was geen personeel en we waren er alleen. Vieze bedden, maar godzijdank wel een klamboe. Om zes uur ‘s ochtends werden we ruw gewekt door de moskee naast ons! Maar nu komt het… geen terras, geen vlees, en heel belangrijk: geen biertje (lees: geen alcohol). Dus de hele week leefden we op shark-kebab en vruchtensap en lagen we op een door God verlaten strand. Ik ervaarde het destijds helemaal niet als paradijselijk…

Ik realiseer me ineens dat ik op mijn 27e heel anders dacht, keek, beleefde, ervoer en verwachtte. Ik had een totaal ander bewustzijn dan nu, op mijn 59e. Nu zou ik waarschijnlijk wél ‘puur’ genieten van dit eiland en net zo lyrisch zijn als onze vriendin. In de afgelopen 30 jaar heb ik me dus ontdaan van heel wat vooroordelen over geloof, vegetarisch eten, ontspannen zijn, wat paradijselijk is enzovoort. Ook heb ik een compleet ander mensbeeld gevormd. De “Jan” van 27 jaar is een compleet andere “Jan” die ik nu ben. Beetje bij beetje is een deel van die oude “Jan” gestorven, en telkens is er een nieuwe “Jan” met een ander bewustzijn voor in de plaats gekomen.

Voor mij is dat de essentie van het leven: dat je steeds weer als een ‘betere’ feniks uit je eigen as herrijst. Met meer ervaring, wijsheid en levenskracht! Gelukkig herken je me nog steeds als die jongen die met zijn handen in zijn zakken staat, zich niet om kleding bekommert en in een stoel hangt. Die “Jan” is hardnekkig en wil gelukkig niet sterven.